‘Zou jij dan geen koophuis willen?’

Mijn vrienden zitten aan mijn eettafel voor mijn verjaardag en housewarming ineen. We moesten twee tuinstoelen binnen zetten zodat iedereen kon zitten. Na negen jaar wachttijd bij een sociale huurinstantie, heb ik op mijn zevenentwintigste een klein appartementje gekregen.
Ik heb de hele zomer geklust om het een beetje naar mijn zin te krijgen en nu dat is gelukt, ben ik mijn vrienden en familie in groepjes aan het uitnodigen om te komen kijken.

Door corona kunnen we niet met te veel mensen tegelijk afspreken. Zonder corona hadden we ook niet met zoveel mensen tegelijk in mijn appartementje kunnen afspreken.

‘Natuurlijk wil ik wel iets kopen’, hoor ik mezelf antwoorden aan het bevriende stel. Ze zijn al tien jaar samen en hebben vorig jaar hun eerste huis gekocht. Het andere stel is net verhuisd en al vier jaar samen.

‘Ik zou wel willen’, ga ik verder, ‘maar ik ben freelancejournalist in de cultuursector’.
Begripvol knikken mijn vrienden. Om het goed te maken begint iedereen pluspunten van mijn kleine flatje op te noemen. ‘Snel schoon, hè’.

Ik start het inmiddels ingestudeerde excuusverhaal in, dat ik al sinds al mijn vrienden huizen kopen en ouders worden, aan het perfectioneren ben.

Ik vertel dat ik pas vier maanden een vaste relatie heb, omdat ik voorheen maar niemand kon vinden die echt leuk was voor me. Ik vertel dat ik liever wilde reizen dan nu al vastzitten aan een koophuis en werken in loondienst. Die vastigheid, die keuzes, dat volwassene gedoe, ik zeg ze dat het niks voor mij is.

‘Je hoeft je niet te verdedigen’, hoor ik het klinken van boven twee lege wijnglazen, die mijn moeder voor me verzamelde met spaarkaarten van een supermarkt.

Toch doe ik dat wel.

Dit soort etentjes zijn er natuurlijk ook om te laten zien hoe goed het met je gaat.

Ik ben blij voor mijn vrienden dat ze prachtig ingerichte huizen en vaste banen zonder geldzorgen hebben, maar ik vind het langzaamaan naar de dertig kruipen van mijn oude stapmaatjes ook wel eens lastig. We maken het nu half één, in plaats van vier uur ’s nachts.

Als ik aan het einde van de avond vertel dat ik eraan denk om mijn afstuderen weer in het buitenland te doen, hoor ik mijn vrienden zeggen dat ze jaloers zijn op mijn vrijheid. Ik knuffel ze tegen de coronaregels in en zeg plagend dat zij weer terug mogen naar hun fijne koophuis. Ik breng alle afwas terug naar de keuken, dat is gelukkig maar een paar stappen lopen.

oktober 6, 2020

Comments

Meike, top deze column. Het zegt méér over hoe snel men zich conformeert aan wat iedereen of velen van je verwachten en voldoen aan die verwachting waar die ook door is ingeveven. Jij doet het misschien anders maar wel uit jezelf. Dat is een belangrijke waarde op je eigen pad.
Groetjes Marie-Louise

Geef een reactie